Auteursrechtelijke urban legends.

Urband legends, ze bestaan over alles, dus ook over het auteursrecht. Bij deze zeven auteursrechtelijke broodjes aap !

  1. Het auteursrecht beschermt enkel Kunst met een grote K.

Velen denken dat het auteursrecht enkel ‘Kunst’ beschermt, zoals romans, beeldhouwwerken, schilderijen, e.d.m., liefst nog van de hand van gerenommeerde kunstenaars.

Niets van! Het auteursrecht beschermt alle soorten werken, voor zover ze maar (i) in een bepaalde vorm zijn gegoten, (ii) origineel zijn en (iii) door eens mens zijn gemaakt (zie mijn vorige blogpost). Derhalve bestaat er rechtspraak over de auteursrechtelijke bescherming van meubelen, kalenders, handleidingen, de Bic stylo, de Trip Trap stoel, videospelletjes, jingles, handdoekendragers, enzovoort enzoverder.

2. Om auteur te zijn, moet men lid zijn van SABAM / taksen betalen / andere formaliteiten vervullen.

Ook onjuist. Het auteursrecht ontstaat zonder formaliteiten (art. 5.2. Berner Conventie). Van zodra men een werk creëert dat aan de drie voorwaarden voldoet, is het auteursrechtelijk beschermd, zonder depot, zonder te moeten betalen, zonder welke voorwaarde dan ook te moeten vervullen.

Opgelet: het is wel nuttig om aan zijn werk een zogenaamde ‘vaste datum’ te verlenen (om zo te kunnen bewijzen wanneer het ontstaan is), hetgeen bijv. kan via een i-depot (maar hetgeen dus geen vereiste is!).

3. Zeven verschillen volstaan om iedere inbreuk uit te sluiten.

Ook deze legende doet vaak de ronde: indien er tussen twee werken zeven verschillen bestaan, zou het nieuwe werk geen inbreuk uitmaken op het oude werk.

Ook dit moet echter naar het land der fabelen verwezen worden. Wanneer een werk al is het maar één origineel element overneemt uit een ander werk is er een inbreuk.

M.a.w., een werk kan maar op één punt verschillen en geen inbreuk uitmaken (want het verschil slaat net op dat ene originele element), terwijl twee werken bij wijze van spreken op 18 punten kunnen verschillen en er zich toch een auteursrechtelijk probleem stelt.

4. Als men minder dan X € vraagt, moet men geen SABAM betalen.

Een andere klassieker, vaak gehoord in studentenmilieus: wanneer men een fuif organiseert die hetzij gratis is, dan wel met een toegangsprijs van minder dan X € (de X verschilt naargelang wie de legende vertelt) is er geen SABAM verschuldigd.

Ook dit klopt niet. In werkelijkheid is de toestemming van de rechthebbenden steeds vereist wanneer hun muziek op een publieke plaats afgespeeld wordt, wat ook de toegangsprijs moge zijn (alhoewel de hoogte daarvan kan meespelen voor de vergoeding die verschuldigd is). Bij het afspelen van muziek in wat men de “familiekring” noemt is daarentegen de toestemming van de rechthebbenden niet vereist.

5. Zonder (c)-vermelding is men niet beschermd.

Deze legende heeft een historische achtergrond, in die zin dat in het verleden in de USA wél formaliteiten voorzien waren alvorens men van het auteursrecht (copyright) kon genieten, waaronder het gebruik van het (c)-teken.

Bij ons is dat niet het geval. Toch is het gebruik hiervan nuttig, aangezien het kan helpen om aan te tonen dat men de auteur is van het werk (zie art. XI.170 WER: “Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als auteur aangemerkt wiens naam of letter- woord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk, op een reproductie van het werk, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.”)

Daarnaast is het gebruik van dit teken nog deels nuttig in de USA, o.a. in het kader van procedures (zie deze interessante samenvatting).

6. Het staat op het internet, dus iedereen mag het gebruiken!

Vermoedelijk is dit het meest gehoorde verweer bij online gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal (foto’s, tekeningen, muziek, enz.). Een bekende variatie hiervan is : “ik heb het via Google gevonden, dus is het niet beschermd“.

Helaas pindakaas, maar zo werkt het niet. Wanneer een werk beschermd is, is de toestemming van de rechthebbende vereist alvorens men dit mag gebruiken. Het feit dat het (al dan niet illegaal) online is geplaatst, maakt geen verschil (tenzij het onder een van de creative commons regimes verspreid werd, dan wel de auteur uitdrukkelijk de toelating geeft om zijn werk te gebruiken natuurlijk).

7. Mijn idee is auteursrechtelijk beschermd.

Last but not least, een hardnekkige legende die menigeen zuur is opgebroken. Ideeën zijn immers niet beschermd door het auteursrecht (ze maken immers geen werken uit die in een bepaalde vorm gegoten zijn). Ideeën zijn met andere woorden vrij.

Let dus sterk op met (geniale) ideeën: deel ze aan niemand mee, maar werk ze eerst uit in een concreet werk of laat de bestemmeling minstens eerst een bindende NDA tekenen.

Anders kan een ander er ongestraft mee gaan lopen. En dat is geen legende…

En toen kwam de auteursrechtelijke aap uit de mouw.

Bij de analyse of een werk auteursrechtelijk beschermd is, wordt er gebruikelijk nagegaan of twee voorwaarden voldaan zijn:

  • het werk moet enerzijds in een bepaalde vorm gegoten zijn. Lees: is het werk meer dan een louter idee, heeft het een concrete vorm gekregen? Deze voorwaarde stelt zelden een probleem, behalve in een aantal grijze zones (denk aan tv-formats, concepten, enz.);
  • anderzijds moet het werk origineel zijn, hetgeen in de klassieke definitie wordt ingevuld als zijnde “het resultaat van een intellectuele inspanning waardoor de auteur zijn persoonlijke stempel op het werk heeft kunnen drukken” of met andere woorden: de auteur heeft creatieve keuzes moeten maken (die bovendien niet voor de hand mogen liggen) bij het ontwerpen van zijn werk (voor een recente toepassing, zie: Cass., 31 oktober 2013, C.12.0263.N, www.juridat.be)

Nochtans is er een derde voorwaarde, die zo evident lijkt te zijn, dat ze gebruikelijk niet eens wordt vermeld: het werk moet door een mens gemaakt zijn. Zo voorziet art. XI.170 WER dat : “De oorspronkelijke auteursrechthebbende is de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd.”

Het werk moet dus door een mens, natuurlijke persoon, gemaakt zijn om auteursrechtelijk beschermd te kunnen zijn.

Recent kwam deze derde voorwaarde vrij uitvoerig in het nieuws, meer bepaald in het kader van de “aap-selfie”. Een fotograaf, David Slater genaamd, had apen geleerd om een fototoestel te gebruiken. Het resultaat: een breed grijnzende selfie van een aap die onmiddellijk viraal ging, hetgeen niet naar de zin was van de fotograaf in kwestie. Deze laatste begon een proces om het auteursrecht op de foto te claimen. Na enige doemberichten (het proces zou hem geruïneerd hebben) heeft hij blijkbaar alsnog een deal uit de brand weten te slepen, waarbij hij 25 % van de opbrengsten aan dierenorganisaties zal doneren. Vanuit een juridisch oogpunt is het belangrijk te melden dat een Amerikaanse rechter beslist heeft dat dieren geen auteursrecht kunnen hebben. M.a.w., aangezien David Slater de foto niet gemaakt heeft bezit hij geen auteursrecht hierop, terwijl de aap in kwestie – overigens gekend onder de naam Naruto  – hierop sowieso – dier zijnde – geen auteursrecht kan bezitten. Anders gezegd: de foto valt, zoals de dingen er nu voorstaan, in het publiek domein (en mag dus door eenieder gebruikt worden).

Dit op zich vrij anekdotisch verhaal (dat toch zijn eigen Wikipedia-pagina heeft!) raakt wel een fundamenteel probleem aan: wat met werken die niet door mensen zijn gemaakt?

Indien men kan vermoeden dat er niet zo heel veel dieren werken zullen creëren (alhoewel er schilderende apen, olifanten, reptielen en zelfs dolfijnen bestaan!) zijn er andere situaties die wel veel meer voorkomen waarbij werken ontstaan zonder dat er onmiddellijk een menselijke auteur aan te pas komt.

Denk bijvoorbeeld aan fotocabines, waarmee pasfoto’s worden gemaakt. Dit gebeurt volautomatisch zonder dat een fotograaf de keuzes maakt die typisch geassocieerd worden met het auteursrecht (keuze onderwerp, voorwerp van de foto, belichting, camerahoek, sfeer, enz.). Voor zover pasfoto’s al origineel zouden zijn, is dat niet het resultaat van een menselijke tussenkomst : de machine ‘drukt af’ eenmaal de timer afgelopen is. Kan de persoon die de camera heeft ingesteld bij het opstellen van de machine eventueel als auteur worden aanzien? M.i. niet. Niet alleen omdat het om standaardinstellingen zal gaan (die bezwaarlijk als origineel kunnen bestempeld worden), maar bovendien en vooral: hij maakt uiteindelijk de foto niet en maakt dus per definitie geen enkele creatieve keuze bij het ontstaan van de foto.

Idem met satellietfoto’s, foto’s die gemaakt worden door drones, enz. : het gaat in (het merendeel van) die gevallen om foto’s die automatisch, vaak met een reguliere interval, door machines worden gemaakt, zonder enige concrete menselijke tussenkomst.

En dit vraagstuk zal nog scherper worden gesteld in de toekomst, wanneer artificiële intelligentie (beter bekend als ‘AI’) meer en meer de kop zal opsteken. We hebben het dus niet meer over een werk dat gemaakt wordt door een mens met behulp van een computer (computerspellen, foto’s die geretoucheerd worden met photoshop, enz.) maar wel over een werk dat door een computer wordt gemaakt. Dit is trouwens geen science fiction meer. Zo heeft een door een programma geschreven kortverhaal bijna een literaire prijs gewonnen in Japan,  zijn computers autonoom in staat muziek te maken en heeft zelfs een nieuwe Rembrandt het levenslicht gezien dankzij de rekenkracht van een computer!

De aldus gemaakte werken zijn in auteursrechtelijke zin origineel te noemen. Waren ze door mensenhanden tot leven gebracht genoten ze dus van de auteursrechtelijke bescherming. Maar dat zijn ze niet: ze zijn ontsproten uit het ‘brein’ van machines. De derde voorwaarde is dus niet vervuld.

Ook hier zal de programmeur van de onderliggende software m.i. overigens bot vangen indien hij zou trachten te bepleiten dat hij de auteur is van de werken in kwestie. Hij heeft weliswaar het kader geschapen maar niet de werken zelf en zou dus van zijn eis moeten afgewezen worden. Of om een mank lopende vergelijking te gebruiken: de eigenaar van een studio kan ook niet beweren (mede-)auteur te zijn van een aldaar gemaakt schilderij omdat hij al het daartoe vereiste materiaal ter beschikking heeft gesteld.

Ook dat soort werken maakt dus – bij gebreke aan menselijke interventie bij het ontstaan van het werk zelf – m.i. automatisch deel uit van het publiek domein en dit tot de wetgever eventueel een nieuw intellectueel recht zou voorzien, waarbij een bepaalde bescherming wordt toegekend aan dat soort werken, dan wel het auteursrecht naar dit soort werken zou uitbreiden.

Tot zolang zullen selfie-trekkende apen, schilderende dolfijnen en andere kunstzinnige computers echter misnoegde artiesten blijven.

Interessante lectuur : Should robots be given copyright protection? en Photomaton: l’automatotauteur?