Over smaken en kleuren valt (auteursrechtelijk) niet te twisten.

De gustibus et coloribus non disputandum est. 

Onze Romeinse voorvaderen wisten het al. Gisteren kregen ze nogmaals bevestiging van hun gelijk: in een lang verwacht arrest heeft het Europees Hof van Justitie, in haar Grote Kamer (de facto de hoogste juridische instantie in de EU), immers voor recht gezegd dat een smaak niet vatbaar is voor auteursrechtelijke bescherming.

De redenering is even simpel als duidelijk: enkel een ‘werk’ kan auteursrechtelijk beschermd worden. En om van een ‘werk’ te kunnen spreken, dient men te maken te hebben met de “uitdrukkingsvorm van een voorwerp“, waarbij  “dit voorwerp voldoende nauwkeurig en objectief (moet kunnen) worden geïdentificeerd, ook al hoeft deze uitdrukkingsvorm niet per se permanent te zijn“.

Een schilderij kan men nauwkeurig en objectief identificeren (bijv. door een foto ervan). Een boek: idem. Muziek kan men via een partitie of een opname duidelijk omschrijven. Een film: door de DVD voor te leggen heeft men de omschrijving ervan. En, zelfs al zal de ervaring van het werk verschillen (de ene is ontroerd door een film, de andere vindt diezelfde film slaapverwekkend), het werk zelf is en blijft hetzelfde.

Bij smaken is dat echter niet het geval: twee mensen zullen eenzelfde voedingsmiddel (in het dossier dat door het Europees Hof behandeld is ging het om Heksenkaas) niet op dezelfde wijze proeven. Immers, zoals het Hof terecht aanhaalt: de identificatie van de smaak van een voedingsmiddel is hoofdzakelijk gebaseerd op smaakbeleving en smaakervaring, die subjectief en variabel zijn, aangezien zij met name afhankelijk zijn van factoren die eigen zijn aan de persoon die het betrokken product proeft, zoals diens leeftijd, voedselvoorkeuren en consumptiegewoonten, alsmede van de omgeving en de context waarin het product wordt geproefd.

Het gevolg daarvan is dat het werk niet objectief en nauwkeurig kan omschreven worden, waardoor dit voor onaanvaardbare rechtsonzekerheid zou zorgen (hoe kan men immers nagaan of iets namaak is, als het niet mogelijk is om het voorwerp waarvoor men bescherming vordert eenduidig te omschrijven ?).

Gevolg: exit auteursrechtelijke bescherming voor smaken.

De redenering van het Hof maakt m.i. ook komaf met de auteursrechtelijke bescherming voor parfums, aangezien die aan hetzelfde euvel lijden.  De beleving van parfums is m.n. (puur) individueel, al is het maar omwille van de verschillende (chemische) reactie van een parfum met eenieders huid. Op dat punt was de Europese rechtspraak ten andere sterk verdeeld, met de Nederlandse Hoge Raad die parfums auteursrechtelijke bescherming toedichtte en zo een diametraal tegenovergesteld standpunt had ingenomen dan het Franse Cour de Cassation.

Indien een smaak, een voedingsmiddel geen auteursrechtelijke bescherming verdient, wat dan met recepten van (top)chefs? Een volwaardig gerecht vergt immers normaal meer creativiteit dan een ‘simpele’ smaak. Nochtans lijkt dit arrest de deur zo goed als dicht te doen voor de bescherming van gerechten, aangezien ook een gerecht uiteindelijk geproefd dient te worden en dus niet vatbaar is voor een nauwkeurige, eenduidige omschrijving. Kunnen keukenprinsen en-prinsessen dan niets doen om hun gerecht te beschermen? Toch wel, zo kunnen ze (proberen) het recept geheim houden en het aldus beschermen via de nieuwe wettelijke regeling van de bedrijfsgeheimen (waarvoor meer in een latere blogpost). Ook de foto’s van het recept zullen wél beschermd zijn (mits ze aan de originaliteitsvoorwaarde voldoen). En uiteraard kan niemand de naam en het gezicht van de chef gebruiken zonder diens toestemming (gelet op zijn persoonlijkheidsrechten en recht op afbeelding).

Maar het onderliggend recept is, naar mijn aanvoelen, bij deze auteursrechtelijk vogelvrij verklaard.

EHJ, 13 November 2018, C-310/17 (arrest lezen? Klik: Smaak).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *