Le Pliage : de Schrödingers kat van het auteursrecht?

Mode-kenners zullen de nodige belletjes horen rinkelen bij de naam “Le Pliage”. Ontworpen in de jaren ’70 werd deze bekende handtas van Longchamp inmiddels immers wereldwijd ettelijke miljoenen keren aan de man (vrouw) gebracht. Het feit dat Le Pliage haar eigen Wikipedia pagina heeft is hiervan een bijkomend teken aan de wand.

Ook op auteursrechtelijk vlak is dit werk geen onbekende. Populaire werken hebben immers vaak neiging om anderen te “inspireren” om gelijkaardige werken op de markt te brengen. Longchamp heeft dan ook menige procedures ingeleid én gewonnen tegen partijen die een inbreuk gepleegd hebben op haar auteursrechten.

Tot Longchamp plots bot vangt bij het Hof van Beroep te Gent, dat traditiegetrouw, op 20 oktober 2014 op strenge wijze geoordeeld heeft en beslist heeft dat het werk in kwestie geen auteursrechtelijke bescherming verdiende, aangezien “de basiskenmerken van een stijl of een mode niet vatbaar zijn voor bescherming door een auteursrecht (en) de combinatie van vormelementen in “Le Pliage” onmiskenbaar ingang heeft gevonden bij een bepaald publiek en een trend heeft gezet“. M.a.w., sinds de Pliage zijn er zodanig veel handtassen op de markt gekomen die hiermee gelijkenissen vertonen dat het geen individueel werk op zich meer uitmaakt, doch een stijl, een trend is geworden. Le Pliage is zodoende, in de ogen van de Gentse beroepsrechter, ergens het slachtoffer van haar eigen succes geworden.

Het cassatieberoep tegen het Gents arrest wordt door het hoogste hof verworpen op 17 februari 2017 (arrest gevoegd). Het Hof van Cassatie oordeelt o.a. dat het Hof van Beroep te Gent, door te “oordelen dat de combinatie van vormelementen van de handtassen te dezen slechts een modetrend uitmaakt die op zichzelf geen auteursrechtelijke bescherming kan genieten, zich niet (dienden) uit te spreken over de vraag naar de oorspronkelijkheid“. M.a.w., het arrest van het Hof van Beroep houdt stand.

Mogelijks geïnspireerd door deze uitkomst beslist Leonidas een handtas te geven aan haar klanten. Handtas, die, in de ogen van Longchamp, een inbreuk op de Pliage uitmaakt. Leonidas wordt dus gedagvaard voor de Brusselse handelsrechter die op 25 oktober 2017 oordeelt géén rekening te moeten houden met het arrest van het Hof van Beroep te Gent en Leonidas veroordeelt wegens inbreuk op de auteursrechten van Longchamp. Opvallend is dat in het vonnis met geen woord wordt gerept over het arrest van het Hof van Cassatie. Blijkbaar hadden partijen daarover niet gepleit, alhoewel het de beslissing van de Brusselse handelsrechter voorafging.

Iedereen keek dan ook reikhalzend uit naar de beslissing van het Brussels Hof van Beroep. Op 26 juli 2018 (arrest gevoegd) besliste ook het Brussels Hof dat het géén rekening moest houden met de beslissing van haar Gentse collega’s noch met die van het Hof van Cassatie aangezien “Het hof niet gebonden is door de andere uitspraken” (daarbij op licht ironische wijze het Hof van Gent citerend). Leonidas wordt derhalve ook in beroep veroordeeld wegens een auteursrechtelijke inbreuk.

Op zich is dit niet uitzonderlijk. In België kennen gerechtelijke beslissingen immers, op enkele uitzonderingen na, geen algemene gelding (arresten van het Grondwettelijk Hof waarbij een wettelijke bepaling wordt vernietigd, maken dergelijke uitzondering uit). Vonnissen en arresten binden principieel enkel de betrokken partijen. M.a.w., rechters zijn op zich niet gebonden door wat andere rechters gezegd hebben in gelijkaardige gevallen en zijn gerechtigd om anders te oordelen dan hun collega’s. Dit in tegenstelling tot – wat kort door de bocht gaand – het Angelsaksisch rechtssysteem, waar rechters zich veel meer (moeten) aansluiten bij wat andere rechters voor hen hebben geoordeeld.

Toch komt het ergens bevreemdend over dat het Brussels Hof expliciet het arrest van het Hof van Cassatie naast zich neerlegt.

Het een en ander kan een nog vreemdere dimensie krijgen indien Leonidas in cassatie gaat tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel. Dan moet het Hof van Cassatie zich immers een tweede maal buigen over een zaak, die in se over hetzelfde voorwerp gaat: Le Pliage. Gelet op de bijzondere cassatietechnieken (het Hof van Cassatie oordeelt, samengevat, “in rechte niet in feite”) kan zeker niet uitgesloten worden dat het Hof ook het Brussels arrest niet zal verbreken.

In dat geval zou Le Pliage de auteursrechtelijke Schrödingers kat geworden zijn: tegelijk beschermd en niet beschermd door het auteursrecht …

 

Arrest Cass /  Arrest Hof van Beroep te Brussel

 

Over smaken en kleuren valt (auteursrechtelijk) niet te twisten.

De gustibus et coloribus non disputandum est. 

Onze Romeinse voorvaderen wisten het al. Gisteren kregen ze nogmaals bevestiging van hun gelijk: in een lang verwacht arrest heeft het Europees Hof van Justitie, in haar Grote Kamer (de facto de hoogste juridische instantie in de EU), immers voor recht gezegd dat een smaak niet vatbaar is voor auteursrechtelijke bescherming.

De redenering is even simpel als duidelijk: enkel een ‘werk’ kan auteursrechtelijk beschermd worden. En om van een ‘werk’ te kunnen spreken, dient men te maken te hebben met de “uitdrukkingsvorm van een voorwerp“, waarbij  “dit voorwerp voldoende nauwkeurig en objectief (moet kunnen) worden geïdentificeerd, ook al hoeft deze uitdrukkingsvorm niet per se permanent te zijn“.

Een schilderij kan men nauwkeurig en objectief identificeren (bijv. door een foto ervan). Een boek: idem. Muziek kan men via een partitie of een opname duidelijk omschrijven. Een film: door de DVD voor te leggen heeft men de omschrijving ervan. En, zelfs al zal de ervaring van het werk verschillen (de ene is ontroerd door een film, de andere vindt diezelfde film slaapverwekkend), het werk zelf is en blijft hetzelfde.

Bij smaken is dat echter niet het geval: twee mensen zullen eenzelfde voedingsmiddel (in het dossier dat door het Europees Hof behandeld is ging het om Heksenkaas) niet op dezelfde wijze proeven. Immers, zoals het Hof terecht aanhaalt: de identificatie van de smaak van een voedingsmiddel is hoofdzakelijk gebaseerd op smaakbeleving en smaakervaring, die subjectief en variabel zijn, aangezien zij met name afhankelijk zijn van factoren die eigen zijn aan de persoon die het betrokken product proeft, zoals diens leeftijd, voedselvoorkeuren en consumptiegewoonten, alsmede van de omgeving en de context waarin het product wordt geproefd.

Het gevolg daarvan is dat het werk niet objectief en nauwkeurig kan omschreven worden, waardoor dit voor onaanvaardbare rechtsonzekerheid zou zorgen (hoe kan men immers nagaan of iets namaak is, als het niet mogelijk is om het voorwerp waarvoor men bescherming vordert eenduidig te omschrijven ?).

Gevolg: exit auteursrechtelijke bescherming voor smaken.

De redenering van het Hof maakt m.i. ook komaf met de auteursrechtelijke bescherming voor parfums, aangezien die aan hetzelfde euvel lijden.  De beleving van parfums is m.n. (puur) individueel, al is het maar omwille van de verschillende (chemische) reactie van een parfum met eenieders huid. Op dat punt was de Europese rechtspraak ten andere sterk verdeeld, met de Nederlandse Hoge Raad die parfums auteursrechtelijke bescherming toedichtte en zo een diametraal tegenovergesteld standpunt had ingenomen dan het Franse Cour de Cassation.

Indien een smaak, een voedingsmiddel geen auteursrechtelijke bescherming verdient, wat dan met recepten van (top)chefs? Een volwaardig gerecht vergt immers normaal meer creativiteit dan een ‘simpele’ smaak. Nochtans lijkt dit arrest de deur zo goed als dicht te doen voor de bescherming van gerechten, aangezien ook een gerecht uiteindelijk geproefd dient te worden en dus niet vatbaar is voor een nauwkeurige, eenduidige omschrijving. Kunnen keukenprinsen en-prinsessen dan niets doen om hun gerecht te beschermen? Toch wel, zo kunnen ze (proberen) het recept geheim houden en het aldus beschermen via de nieuwe wettelijke regeling van de bedrijfsgeheimen (waarvoor meer in een latere blogpost). Ook de foto’s van het recept zullen wél beschermd zijn (mits ze aan de originaliteitsvoorwaarde voldoen). En uiteraard kan niemand de naam en het gezicht van de chef gebruiken zonder diens toestemming (gelet op zijn persoonlijkheidsrechten en recht op afbeelding).

Maar het onderliggend recept is, naar mijn aanvoelen, bij deze auteursrechtelijk vogelvrij verklaard.

EHJ, 13 November 2018, C-310/17 (arrest lezen? Klik: Smaak).